Meld je aan voor de BD nieuwsbrief
  • 'Ieder mens laat overal sporen achter'

    Een vingerafdruk, een haar, een schoenafdruk, een druppeltje bloed. Het zijn sporen waarmee daders van ernstige misdrijven worden opgespoord en veroordeeld.

     

    Forensisch rechercheur Ton van den Bersselaar speurt al dertig jaar plaatsen delict af naar sporen. "Ik vind het nog steeds de leukste baan die er bestaat. Ieder misdrijf is anders. Zelfs als je zoveel jaar in het vak zit, kun je nooit op de automatische piloot werken. Ik heb misschien vijf jaar geleden een zelfde soort zaak onderzocht, nu zijn er weer heel andere mogelijkheden om sporen te analyseren."

    Zodra forensische rechercheurs op de plek arriveren waar bijvoorbeeld iemand is vermoord, mag niemand meer in de buurt komen. Want de eerste uren is de kans op bruikbare sporen het grootst. Dan hijst Van den Bersselaar zich in een wit pak om met collega's iedere vierkante centimeter van een plaats delict uit te kammen. Op zoek naar dát spoor waarmee onomstotelijk vast komt te staan wat er gebeurd is. "Iedereen laat sporen na. Als ik jouw jas nakijk, vind ik dna van jou totaal onbekende mensen. Bijvoorbeeld omdat ze in de bus op dezelfde stoel hebben gezeten. Wij vinden in een woning waar een moord is gepleegd een hele verzameling aan sporen. Het is de kunst om te zien welke met het misdrijf te maken hebben en welke niet. Als je dat in beeld hebt, dan kunnen we kijken wat er gebeurd kan zijn."

    Een forensisch rechercheur is bezig met een zaak vanaf de eerste melding tot een eventuele rechtzaak en soms het hoger beroep. Het onderzoek kan binnen een paar dagen klaar zijn, maar ook anderhalf jaar duren. Momenteel werkt Van den Bersselaar aan meerdere kapitale delicten ofwel moordzaken, naast zijn reguliere werk bij overvallen en inbraken. "Ik kan die zaken goed uit elkaar houden. Talent? Misschien wel. Maar iedere zaak heeft een eigen dossier. Ik lig 's nachts niet te piekeren over wat er gebeurd is. Maar ik loop me overdag wel constant af te vragen wat een spoor betekent en wat we ermee kunnen."

    Toen Van den Bersselaar zijn carrière begon, was dna nog een onbekend fenomeen. "En toen we begonnen met dna was er een bloeddruppel ter grootte van minimaal een twee-euromuntstuk nodig om bruikbare gegevens uit te halen. Een speldenknopje bloed, daar kon je niets mee. Met de huidige technieken kan dat wél. Daarom bewaren we alle sporen zorgvuldig, wel jarenlang. Het kan zijn dat we er nu niets mee kunnen, maar over een paar jaar wel."

    In de toekomst zal nano-technologie het sporenonderzoek verder verfijnen, denkt Van den Bersselaar. "Dan zijn er slechts sporen ter grootte van een aantal nanometers (een nanometer is een miljardste meter, red.) nodig om bruikbare gegevens uit te halen. Maar dat moet je wel in de juiste verhouding zien. Hoe kleiner het bewijsstukje, hoe groter de kans op verwarring over de betekenis ervan."

    Van den Bersselaar ziet vaak 'niet de fraaiste beelden' als hij op een plaats delict aankomt. Op de televisie worden wekelijks vele uren gevuld met series over zijn spannende baan. Toch vraagt op verjaardagsfeestjes niemand meer aan hem met welke spannende moordzaak hij nu weer bezig is. "Daar zijn ze al lang geleden mee gestopt. Want ze weten dat ik nooit wat loslaat over mijn werk."

    Eerdere afleveringen van deze serie stonden 13, 20, 27 januari en 3, 10 en 17 februari in deze krant. Ze zijn te lezen op brabantsdagblad.nl/recherche


    © Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

    donderdag 07 oktober 2010 | 20:18 uur
    Laatst bijgewerkt op: donderdag 07 oktober 2010 | 20:18 uur


Meer



Reageer

Vul hier uw naam in. Vul hier uw e-mail adres in. Deze zal niet openbaar getoond worden.
Beschikbare tekens: 2000