Inleiding
Een redactie staat elke dag voor tal van keuzes. Meer indringend zijn die als het gaat om dramatische gebeurtenissen, aangelegenheden die de privacy aantasten, verdachtmakingen en andere onderwerpen met veel menselijke emoties.
Deze leidraad beoogt in de eerste plaats hulp te bieden bij het maken van keuzes. Echter, in veel gevallen zal er twijfel blijven. Dat is geen uiting van onkunde, wel van de bereidheid de keuze goed te willen afwegen
en beargumenteren. Keuzes ook kunnen van geval tot geval verschillen, juist omdat de zaak meestal net weer anders is. Een leidraad kan daarom nooit een ijzeren standpunt zijn.
Belangrijk is de vaststelling dat een redacteur er nooit in zijn eentje over hoort te tobben. Zijn of haar chef hoort bij de afweging te worden betrokken, de chef op zijn of haar beurt voert erover het overleg met de hoofdredactie. De hoofdredactie dient steeds te worden geraadpleegd in elk geval van twijfel of in situaties waarin deze notitie niet op duidelijke wijze voorziet.
De leidraad, met elementen van de leidraad van de Raad voor de Journalistiek, is geen statisch gegeven. Jaarlijks beziet de hoofdredactie of het opportuun is het erin vervatte beleid aan te passen. De steeds terugkerende discussies op en buiten de redactie vormen daarvoor een belangrijke inbreng.
Hoofdredactie Brabants Dagblad
Januari 2008
Algemeen
Brabants Dagblad is een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsbrenger, de redacteuren berichten waarheidsgetrouw. Op basis van de informatie moeten lezers zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht.
De redactie biedt in de regel zo veel mogelijk feitelijkheden aan. Echter er zijn redenen terughoudend te zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het noemen van namen, woonplaats of leeftijd. In een aantal gevallen hebben mensen er belang bij anoniem te blijven. De redactie weegt en beoordeelt in dat geval of de toegebrachte 'schade' opweegt tegen de journalistieke plicht zo goed en volledig mogelijk te informeren. Ook kan het vermelden van persoonlijke gegevens een discriminerend of stigmatiserend effect hebben.
De redactie is vrij in de selectie van nieuws, ook is geen toestemming of instemming noodzakelijk van degene over wie wordt gepubliceerd. Wel moet het belang dat met de publicatie is gediend, worden afgewogen tegen de belangen die eventueel kunnen worden geschaad.
In de berichtgeving is steeds een helder onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen. Er kan geen sprake zijn van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving. Ook dient een redacteur elke schijn van belangenverstrengeling te vermijden.
Gewichtig maatschappelijk belang moet zijn gediend om te mogen afwijken van de volgende regels:
Bij het vergaren van informatie maakt de redacteur zich als zodanig bekend.
De redacteur lokt geen incidenten uit met de kennelijke bedoeling nieuws te creëren.
De redacteur steelt geen informatie(dragers) en betaalt evenmin voor gestolen informatie(dragers).
De redacteur betaalt getuigen en informanten niet voor verhalen, foto’s en andere informatie, tenzij het een redelijke onkostenvergoeding betreft.
Het gebruik van verborgen opnameapparatuur, het overvallen van personen met draaiende camera en openstaande microfoon en het zich toegang verschaffen tot niet-openbare ruimten zonder zich als redacteur bekend te maken, is niet toelaatbaar.
De journalist die een telefoongesprek opneemt om (delen van) die opname uit te zenden of te publiceren, stelt zijn gesprekspartner ervan op de hoogte dat, en met welk doel, de opname wordt gemaakt.
Bronnen
Één bron is geen bron, is de algemene stelregel. Een redacteur hoort zich steeds zo volledig te vergewissen van de juistheid en hoort de betrouwbaarheid van de informatie zo grondig mogelijk te onderzoeken.
Van informatie die is toegespeeld en van informatie meegedeeld door bronnen van wie de identiteit niet kan worden onthuld, wordt alleen gebruik gemaakt wanneer de betrouwbaarheid ervan is onderzocht, en de publicatie ervan voldoende nieuwswaarde heeft, een algemeen belang dient en geen onevenredig groot gevaar voor personen oplevert.
Bijzondere zorgvuldigheid is meer dan noodzakelijk bij de publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. Zeker wanneer tegengestelde belangen en emoties een rol spelen, laten geschillen zich over het algemeen niet op een verantwoorde wijze beschrijven aan de hand van feiten en beweringen zoals deze dan door die personen gepresenteerd worden.
De redacteur beschermt de identiteit van zijn bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd, en van bronnen van wie hij wist of kon weten dat zij hem informatie hebben toegespeeld in de verwachting dat hij
hun identiteit niet zou onthullen.
Voor het publiceren van geruchten hoeft de redacteur niet de feitelijke juistheid ervan aan te tonen. Wel is terughoudend vereist. Ook moet de verslaggever vermelden dat het om een gerucht gaat en aannemelijk kunnen maken dat de geruchten waarop hij zich baseert, ook daadwerkelijk circuleren en de publicatie een maatschappelijk belang dient.
Hoor en wederhoor
Bij het publiceren van beschuldigingen onderzoekt de redacteur of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Ook past de redacteur wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. De beschuldigde krijgt gelegenheid om bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. Het wederhoor ontslaat de redacteur niet van de opdracht zo waarheidsgetrouw mogelijk te
berichten.
De redactie neemt niet zo maar in een ander medium geuite beschuldigingen, negatieve kwalificaties en beweringen over. Er mag niet vanuit worden gegaan dat die eerder gepubliceerde uitspraken onbetwiste feiten zijn.
Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties die een persoonlijke mening bevatten (bijvoorbeeld columns, recensies en opiniërende bijdragen) en berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten. Echter, een dergelijke publicatie kan iemands belang zodanig raken dat
wederhoor wel is geboden.
Privacy
De redacteur tast de privacy van personen niet verder aan dan redelijkerwijs voor de berichtgeving noodzakelijk. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.
Voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders is een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk. Hun privégedrag en gedrag in besloten en
privé-omgeving horen niet te worden gepubliceerd, tenzij het gedrag aantoonbaar van invloed is op het publiek functioneren.
De redactie publiceert geen foto’s en zendt geen beelden uit die zijn gemaakt van personen in nietalgemeen toegankelijke ruimten zonder hun toestemming, en gebruikt evenmin brieven en persoonlijke aantekeningen zonder toestemming van betrokkenen.
De redacteur of een fotograaf werkend in opdracht van de redactie zal personen niet voor langere tijd lastig vallen, hinderlijk volgen of schaduwen.
.
Namen, andere gegevens en foto’s van verdachten en veroordeelden
Hoofdregel:
De redacteur voorkomt dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd.
Kortom: we noemen niet de namen van verdachten en veroordeelden, ook laten we geen foto’s van ze zien.
Uitzonderingen voor het noemen van de naam en plaatsen van foto:
Bij zeer grote landelijke zaken (een zaak die zich in ons verspreidingsgebied afspeelt kan ook landelijke impact hebben) gebruiken we de voornaam plus de eerste initiaal. Die zaken krijgen als het ware de handtekening mee van die initialen, en de lezers leren die zaken zo kennen.
Mohammed B., Julien C. etc.
De vraag wanneer een zaak groot genoeg is om voornaam plus initiaal te gebruiken kan discussie opleveren. Het zal in de praktijk niet om meer dan enkele zaken per jaar gaan. (Bij de foto kan eventueel de mozaïek-methode worden toegepast). Bij grote zaken kunnen ook rechtbanktekeningen een goede illustratie zijn. Oplettendheid is wel geboden: heeft de tekenaar niet
te veel vrijheid genomen en de verdachte als een te grote woesteling neergezet?
Als het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient.
Sommige mensen zijn, al dan niet door eigen toedoen, in hun doen en laten zozeer van het publiek geworden dat van privacy geen sprake meer kan zijn. Als een populaire popster of een politicus een misdrijf begaat dan is dat misdrijf nieuws omdat hij/zij het beging. 'Van het publiek' moet niet dorps worden uitgelegd. Mensen moeten veel breder bekend zijn dan op de redactie of in het
gemeentehuis.
Als door het niet vermelden van de naam verwarring kan ontstaan met anderen die hierdoor voorzienbaar kunnen worden geschaad
Als de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt en ondubbelzinnig duidelijk heeft gemaakt geen prijs te stellen op anonimiteit. Echter ook: soms moeten zij tegen zichzelf in bescherming worden genomen.
Indien in buitenlandse media een verdachte aangeduid wordt met de volledige naam valt doorgaans geen privacy-belang meer te dienen.
Voor Nederlanders in het buitenland volgen we zoveel mogelijk het beleid: dus geen naam en geen foto. Het feit dat op internetsites de naam en toenaam breed wordt uitgemeten is niet automatisch een reden daarin mee te gaan. Maar: we zijn niet roomser dan de paus. Als de naam al zeer breed
bekend is, wordt terughoudendheid koddig.
We noemen wel:
De woonplaats van de verdachte. Een inwoner van een klein dorp heeft de pech dat iedereen binnen de kortste keren op de hoogte is van zijn wandaad en zijn privacy niet beschermd kan worden.
De naam van de wijk of de straat als dat relevant is.
De etnische afkomst, nationaliteit, ras, religie en seksuele geaardheid van groepen en personen wanneer dit nodig blijkt voor de context van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Wij leven in een multiculturele samenleving. Een andere nationaliteit of etnische afkomst is op zich niets bijzonders
meer, dus niet nieuwswaardig.
De vermelding van ras c.q. etnische afkomst is alleen toegestaan als het nodig is om de feiten goed te kunnen begrijpen.
‘Relevantie’ en 'Feiten begrijpen' dient ruim te worden begrepen: de openheid over het gedrag van buitenlanders is sterk toegenomen. Er moet sprake zijn van minstens één relevant groepskenmerk.
De naam van een verdacht bedrijf, behalve als de schade als gevolg van publicatie van de bedrijfsnaam in geen enkele verhouding meer staat tot het gepleegde feit. Dat komt bij zittingen economische politierechter nogal eens voor.
Het beroep als het relevant is. Dus niet: Een bakker uit Helvoirt wordt verdacht van drie pogingen tot auto-inbraak. Beroep is bijvoorbeeld relevant als het samenhangt met de aard van de buit of het misdrijf.
Overigens:
We zijn terughoudend met betrekking tot bijnamen zoals 'Wilde Billy'
We gebruiken geen gefingeerde namen want dat botst met de geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en controleerbaarheid. Als een gefingeerde naam de enige manier is een verhaal wel te laten vertellen, wordt in het begin van het artikel uitgelegd dat het om een gefingeerde naam gaat en wat de reden is dat de naam niet bekend mag worden.
In het algemeen bestaat geen bezwaar tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen in verslagen van een openbare terechtzitting in een civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure.
Namen van (verkeers)slachtoffers
Hoofdregel:
We vermelden de namen van dodelijke slachtoffers van misdrijven en verkeersongevallen.
Uitzonderingen:
Er kan (al dan niet in een overleg met de politie) een uitzondering gemaakt worden. Bijvoorbeeld ter (tijdelijke) bescherming van de nabestaanden, een reden daarvoor kan zijn dat die niet op de hoogte zijn gebracht. Zeker bij plaatsing op de internetsite dient de redactie zich hiervan bewust te zijn. Publicatie volgt pas als direct nabestaanden op de hoogte zijn.
Het kan een afweging zijn bij vervolgberichten de naam achterwege te laten om verder (onnodig) verdriet bij familieleden te voorkomen.
Bij een relatief grote publicatie is het fatsoenlijk de familie van tevoren op de hoogte te brengen dat een artikel is te verwachten. Ook dat vraagt van de redacteur een correct optreden (bijvoorbeeld niet meteen bij de weduwe op de stoep staan, maar binnen de familiekring een aanspreekpunt vinden).
Bij gewonde slachtoffers van misdrijven noemen we geen namen, behalve als betrokkenen toestemming geven. Bijvoorbeeld de bejaarde vrouw die met geweld wordt overvallen.
Een dodelijk slachtoffer kan een strafbaar feit hebben gepleegd. Bijvoorbeeld de aangehouden taxidief die in de politiecel een hartaanval krijgt. Of de man die doodgeschoten wordt door de politie nadat hij zijn vrouw heeft omgebracht. We geven de naam, maar de omstandigheden (verward, treurig aan zijn of haar eind gekomen) of de noodzaak om nabestaanden te beschermen kunnen aanleiding zijn het niet te doen.
Terughoudendheid is zeer geboden bij de plaatsing van bij foto’s van (dodelijke) slachtoffers van geweld en verkeer. Bovendien: Hoe dichter bij huis des te groter de impact en des te terughoudender de redactie hoort
te opereren. Ook het afdrukken van wrakken en andere verongelukte vervoermiddelen kunnen shockerend zijn. Echter de stelregel is niet: we laten geen ongelukfoto’s zien. Bij grote of dramatische verkeerongevallen
kan het helpen de verkeerssituatie te duiden en om de impact van de berichtgeving te vergroten. De foto moet met andere woorden daadwerkelijk iets toevoegen en geen los plaatje zijn van zo maar een aanrijding.
Het heeft ook niet de voorkeur allerlei ongelukfoto’s als losse foto mee te nemen. De relevantie en duiding van het ongeluk dient met een groter nieuwsstuk accent te krijgen, plaatsing van de foto is dan
complementair.
Zelfdoding en familiedrama’s
Hoofdregel:
Gevallen van zelfdoding (geen ‘zelfmoord’!!!) die een impact hebben op het leven in stad of dorp komen ook in berichtgeving aan de orde. Gevallen van zelfdoding in een persoonlijke situatie niet, tenzij ze tot grote consternatie hebben geleid. Voorbeeld: een zelfdoding op een druk station wel, een zelfdoding thuis door het doorslikken van een pot pillen niet. Tenzij… Stelregel is dat er meer moet spelen dan de persoonlijke, toch intieme levenssfeer. Maar een taboe rond zelfdoding hoort niet te bestaan.
Uitzondering is mogelijk voor regionale, nationale en internationale bekendheden. In dat geval is de naam relevant en wordt die vermeld. Echter, ook bekendheid is een relatief begrip. Als het puur gaat om een
situatie in de persoonlijke levenssfeer en er geen verband is met de ‘bekendheid’ van iemand, is het de vraag of de familie openheid wil betrachten. Daarover moet met de familie contact zijn.
Ook bij het noemen van de namen van slachtoffers van moorden in familiekring geldt terughoudend. Maar als het drama zich afspeelt in onze regio en er sprake is van veel openbare rouw dan wordt het onvermijdelijk.
De aandacht voor familiemoorden mag niet buitensporig of sensationeel zijn, ook vermelden we niet de gruwelijke details. Ook in andere publicaties over (strafzaken betreffende) ernstige misdrijven dienen details van het misdrijf te worden weggelaten indien voorzienbaar is dat zij extra leed toevoegen aan het slachtoffer of de naaste familieleden en de details niet noodzakelijk zijn om de aard en de ernst van het misdrijf, dan wel de gevolgen ervan, weer te geven.
Overigens:
Omstanders, buurtbewoners etc. mogen in de berichtgeving niet leeglopen. Vaak komen ze met nietszeggende opmerkingen of opmerkingen als: ik wist wel dat ‘ie niet deugde. Dat is ‘hear say’ en past niet in een betrouwbare, feitelijke berichtgeving.
Wij proberen wel zo veel mogelijk informatie te vergaren, maar passen vervolgens selectie toe en vermelden alleen zaken waar buurtbewoners werkelijk en feitelijk zicht op hebben, dus zaken die ze echt kunnen weten en geen roddel en achterklap.
Schokkende beelden
Hoofdregel:
Gruwelijke bloederige foto's van verminkingen en losse lichaamsdelen roepen doorgaans veel afkeer op en stoten juist af in plaats van dat ze de aandacht vragen. Echter, soms is juist 'hard' beeld nodig om de impact
en gruwelijkheid van een voorval te illustreren en te markeren: De verongelukte wielrenner, het vuurwerkramp-slachtoffer, de Tsunami-ramp. De realiteit laten we niet zien als we alleen steeds kiezen voor serene foto’s.
Mensen die in de war zijn of in een andere ontluisterende /zeer kwetsbare situatie bevinden, laten we niet zien. Tenzij (zeer tenzij) na een uitdrukkelijk akkoord van de betrokkene(n).
Overigens:
We genieten niet onbeperkt en onbeschaamd mee van de tranen op een begrafenis en crematies. De redactie dient vooraf overleg te hebben met de familie. We kiezen altijd ook voor terughoudend en prudentie.
Geen archieffoto’s van toevallige mensen, straatbeelden met mensen erop, spelende kinderen. Zij kunnen overleden zijn.
Geen (archief)foto’s van mensen bij een onderwerp waarmee zij niets te maken hebben. Bijvoorbeeld groepjes jongeren bij verhaal over drugs of over koopverslaving
Kinderen en jongeren zijn een kwetsbare groep. Toestemming van een jongere om een foto van hem of haar te laten maken, ontslaat de redactie niet van de plicht de afweging te maken of het wel opportuun is de foto af te drukken. Verkeerde stoerheid kan later tot grote spijt leiden.
Van personen gebruiken we uit het archief het meest actuele portret, geen oude plaatjes.
Opsporingsberichtgeving
Hoofdregel:
De redactie is geen verlengstuk van de politie. Oproepen in publicaties aan getuigen om zich te melden (inclusief vermelding van het telefoonnummer van de politie) zijn een uitzondering.
Namen van vermiste personen worden alleen met bericht (en foto) vermeld als zeer aannemelijk is gemaakt dat publicatie het laatste redmiddel is. Ook geldt bijzondere terughoudendheid met het snel publiceren over vermissingen van mensen die in de war zijn of kwaad zijn vertrokken. Zeker bij vermissing van jongeren is grote attentheid noodzakelijk.
Bijzondere terughoudendheid geldt ook bij het verspreiden (op verzoek van bijvoorbeeld de politie) van een signalement plus foto plus naam van verdachten en gevluchte gevangenen/tbs’ers. Het gevaar voor de samenleving is het bepalend criterium, dus de kans dat onze lezers de persoon tegen het lijf lopen. Een gevluchte tbs’er uit Eindhoven zal daarom eerder in de krant komen dan een uit Groningen. Als we de naam noemen, is het logisch ook een foto te plaatsen, een naam alleen heeft niet veel functie.
Echter: Het plaatsen van politiefoto’s gebeurt ook alleen bij hoge uitzondering.
Overigens: Waar de regel voor hoor en wederhoor geldt voor alle berichtgeving, geldt die ook voor politieberichtgeving. Het feit dat de politie iets meldt, wil nog niet zeggen dat genoemde feiten juist zijn. Ook die feiten horen zo veel mogelijk te worden gecontroleerd, en waar dat niet kan te worden
toegeschreven aan de politie. Bijvoorbeeld: Hij reed te hard, aldus de politie.
Tuchtrechtspraak
Advocaten, artsen, accountants en nog enkele beroepsgroepen kennen een intern tuchtrecht. Zij zijn in de uitoefening van hun beroep gevoelig voor de aantasting van de goede naam en faam en hebben groot belang bij het niet noemen van de naam.
Iedereen kan tegen een willekeurige arts een aanklacht indienen en sommige aanklagers willen daar graag mee in de publiciteit om de arts ‘te pakken.’ Complicerend is dat met name artsen geheimhoudingsplicht hebben, dus niet op aantijgingen kunnen reageren.
De zwaarte van de aanklacht, de feiten die wij naar boven hebben gebracht en de fase waarin de zaak zich bevindt, zijn belangrijke ijkpunten om te publiceren. We noemen de naam bij de uitspraak van de tuchtrechter als hij/zij wordt veroordeeld, maar er kunnen omstandigheden zijn om eerder de naam te
publiceren.
De openbaarmaking van tuchtrechtelijk verwijtbare fouten door advocaten, artsen, notarissen en soortgelijke functionarissen die handelen in de uitoefening van hun beroep, dient het algemeen belang. Het belang van de onderneming van de betrokkene, dat mogelijk door de openbaarmaking wordt geschaad, valt niet onder het privacybelang. Naamsvermelding van de betrokkene kan te meer van belang zijn omdat verwarring met beroepsgenoten erdoor wordt voorkomen.
Verder
Voorletters en voornamen
In berichtgeving hanteren we de voornaam plus achternaam, in nieuwsberichten is vaak de achternaam afdoende: premier Balkenende etc. Na het een keer noemen van de voornaam, volstaat in ieder geval verder alleen de achternaam.
In ieder geval gaan we in artikelen niet alleen met de voornaam verder, ook gebruiken we in doorsnee geen aanduidingen als meneer of mevrouw.
Een aantal uitzonderingen is mogelijk. Die betreffen doorgaans artikelen waarin kinderen of mensen op hoge leeftijd figureren. We noemen een 82-jarige bewoonster van een verpleeghuis in een leesartikel vervolgens niet alleen Jansen. Maar een Kamerlid noemen we zeker geen mevrouw Halsema.
Embargo
Het embargo is een overeenkomst met als doel het bevorderen van de kwaliteit van de berichtgeving. Het kan niet eenzijdig worden opgelegd.
De redacteur die een verzoek tot een embargo aanvaardt, dient zich eraan te houden tot de overeengekomen termijn is verstreken, de onder embargo verstrekte informatie in een ander medium is gepubliceerd of degene die om het embargo heeft verzocht, het eerder opheft.
Interviews
De redacteur die iemand wil interviewen, laat diegene weten met welk doel hij informatie vergaart. De te interviewen persoon moet voldoende geïnformeerd kunnen beslissen of hij aan een publicatie of uitzending wil meewerken.
Van onzorgvuldige journalistiek is sprake wanneer een citaat van de geïnterviewde wordt gebruikt in een andere context dan hij mocht verwachten op grond van hetgeen hem door de interviewer is meegedeeld. De
geïnterviewde moet opnieuw worden gevraagd of hij ermee instemt dat zijn uitlatingen worden gepubliceerd indien de aard of inhoud van een publicatie in de loop van het redactionele proces zozeer wordt gewijzigd
dat niet meer wordt voldaan aan wat hij redelijkerwijs mocht verwachten.
Inzage vooraf Regel is dat een geïnterviewde een publicatie vooraf ter inzage kan krijgen. Tenzij anders is afgesproken, biedt inzage vooraf de betrokkene de mogelijkheid te verzoeken om feitelijke onjuistheden te corrigeren en
onduidelijkheden weg te nemen. De redacteur die een interview of een ander artikel vooraf ter inzage geeft aan degene over wie het artikel gaat, is vrij te bepalen hoe hij eventuele op- en aanmerkingen in het artikel
verwerkt.
Beeldmateriaal
Foto’s en ander beeldmateriaal dienen niet ter illustratie van berichtgeving over een ander onderwerp of met een andere context dan waarvoor de foto’s en opnamen zijn gemaakt, tenzij de tekst bij het beeldmateriaal mogelijke verwarring bij lezers en kijkers uitsluit.
Fotomontages en andere beeldmanipulaties mogen niet misleiden. Ingrepen die een duidelijke verandering in het beeld teweegbrengen, moeten de lezer en kijker worden gemeld.
Ingezonden brieven en reacties op websites
De redactie is verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden brieven en van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium.
Het verdient de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert.
Het staat de redactie vrij ingezonden brieven en andere reacties van een naschrift te voorzien of niet te plaatsen, tenzij plaatsing geboden is vanwege bijzondere omstandigheden. Er geldt terughoudendheid bij naschriften, die gevallen zijn uitzonderlijk. Wijziging en inkorting zijn toegestaan zolang de inhoudelijke essentie en de toonzetting behouden blijven. Besluit de redactie tot plaatsing, dan dient de termijn tussen inzending en publicatie van de reactie niet langer te zijn dan de afzender redelijkerwijs mag verwachten.
Voordat de redactie besluit tot plaatsing van een reactie die een ernstige beschuldiging bevat, dient zij te onderzoeken of voor de beschuldiging een feitelijke grond bestaat. Bovendien dient de beschuldigde de
gelegenheid te krijgen tot een weerwoord.
Regels voor ingezonden brieven Brabants Dagblad
1. Brieven reageren bij voorkeur op een artikel in het BD, maar kunnen ook gaan over relevante maatschappelijke onderwerpen
2. Brieven zijn niet langer dan 200 woorden.
3. De redactie heeft het recht om brieven in te korten. Over grote ingrepen vindt overleg met de scribent plaats.
4. Brieven worden met naam en woonplaats ondertekend.
5. Het BD is terughoudend met het plaatsen van brieven geschreven door mensen buiten het verspreidingsgebied.
6. De ingezonden brievenrubriek is geen zeepkist voor plaatselijke, provinciale en landelijke politieke partijen.
7. De brievenrubriek is niet bedoeld om de verslaggeving in de krant dunnetjes over te doen.
8. Stijl en taalgebruik van brieven komen overeen met de norm die het Brabants Dagblad in de hele krant hanteert.
9. Grote terughoudendheid met brieven waarin mensen en organisaties worden beschuldigd. Soms kan het wel, bijvoorbeeld als een klacht meer is dan een individueel probleem.
10. Duidelijke onzinbrieven worden geweigerd, eveneens brieven met ongemotiveerde kretologie.
11. Vaste briefschrijvers komen gedoseerd aan de beurt.
12. Wij plaatsen in een week nooit meer dan één brief van dezelfde scribent.
13. De opinieredactie sluit de discussie over een onderwerp als naar haar mening alle aspecten zijn belicht.
14. Schrijvers van niet gepubliceerde brieven krijgen hierover bericht.
15. De redactie kan brieven weigeren met de enkele motivatie dat er te veel zijn binnengekomen om te kunnen publiceren
Rectificeren
De redacteur van wie blijkt dat hij onjuist dan wel op een wezenlijk punt onvolledig heeft bericht, gaat – zo mogelijk op eigen initiatief – op zo kort mogelijke termijn over tot een passende en ruimhartige rechtzetting.
Die rechtzetting moet ondubbelzinnig duidelijk maken dat de berichtgeving in de te rectificeren publicatie niet juist was.
Indien een betrokkene die zich door de berichtgeving in redelijkheid tekortgedaan voelt, zelf reageert, neemt de redactie de vereiste zorgvuldigheid in acht bij de beslissing of – en zo ja, op welke wijze – de reactie van
de betrokkene wordt gepubliceerd.
Voor rectificaties bestaat de rubriek rechtgezet. In een aantal gevallen voldoet echter die rubriek niet en zal de redactie op een veel meer prominente plek de berichtgeving moeten rechtzetten. Bijvoorbeeld: na foutieve berichtgeving op de voorpagina die schade of leed kan berokkenen, is ook de voorpagina of
bijvoorbeeld een publicatie van omvang op pagina 2-3 een plek om de juiste feitelijkheden te brengen.
Ook voor fouten in door derden aangeleverde kopij is de redactie verantwoordelijk en rectificeren wij indien noodzakelijk.
ZEER IN HET KORT EEN AANTAL REGELS:
De redactie biedt zo veel mogelijk feitelijkheden aan.
In de berichtgeving is steeds een helder onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen.
Één bron is geen bron. Ook ‘hear say’ past niet in een betrouwbare, feitelijke berichtgeving
We noemen niet de namen van verdachten en veroordeelden, ook laten we geen foto’s van ze zien.
We vermelden de namen van dodelijke slachtoffers van misdrijven en verkeersongevallen.
Bij gewonde slachtoffers van misdrijven noemen we geen namen, behalve als betrokkenen toestemming geven.
Gevallen van zelfdoding (geen ‘zelfmoord’) die een impact hebben gehad op het leven in stad of dorp komen ook in berichtgeving aan de orde.
De aandacht voor familiedrama’s mag niet buitensporig of sensationeel zijn, ook vermelden we niet de gruwelijke details.
De redactie gaat afgewogen en terughoudend om met gruwelijke bloederige foto's. Echter, soms is juist 'hard' beeld nodig om de impact en gruwelijkheid van een voorval te illustreren en te markeren.
De redactie is geen verlengstuk van de politie. Oproepen in publicaties aan getuigen om zich te melden (inclusief vermelding van het telefoonnummer van de politie) zijn een uitzondering.
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.