KAATSHEUVEL - Het oude pand van het voormalige partycentrum 't Curiosahuys aan de Zuidhollandsedijk in Kaatsheuvel is zaterdagavond in vlammen opgegaan. De oorzaak is nog onduidelijk.
Rond 22.30 uur waren de brandweerkorpsen uit de hele regio erin geslaagd te voorkomen dat de vlammen zouden overslaan op de nabijgelegen monumentale molen, een boerderij en een naastgelegen stal met 60 koeien. 't Curiosahuys moet verder uitbranden. Het nablussen duurt nog de hele nacht.
Bewoners van een woning aan de overzijde van de vuurzee moesten eerder hun woning verlaten. Zij zijn 's nachts door de gemeente elders ondergebracht. Loco-burgemeester J. Broeders van de gemeente Loon op Zand nam poolshoogte bij de brand.
Net voor 21.15 kreeg de brandweer het alarm dat er een grote brand woedde aan de Zuidhollandsedijk. Even later werd het sein gegeven dat het om een 'zeer grote brand' ging en werden onder meer de korpsen uit Waalwijk, Oisterwijk, Sprang-Capelle, Oosterhout, Rijen, Breda en Tilburg erbij geroepen. In totaal waren 70 brandweerlieden in touw. Ze gebruikten onder meer twee grootschalige watertransporten, vijf tankautospuiten, drie tankwagens en een schuimblusvoertuig.
Al snel was duidelijk dat er geen redden meer aan was. Binnen enkele ogenblikken sloegen de vlammen uit 't Curiosahuys naar buiten. "Het moet als verloren worden beschouwd", aldus politiewoordvoerster Desiré Brabers, die direct na het begin de vlammenzee van nabij volgde. Voor anderen was het uiterst moeilijk in de buurt te komen, vanwege de smalle dijk waarop het voormalige feestpaleis ligt.
Eerder vorige week, van woensdag op donderdag, woedde ook al brand in het partycentrum. Toen nog ging de brandweer uit van kortsluiting in losliggende kabels van een buitenbar. Mede dankzij de ervaring van toen, wist de brandweer zaterdagavond dat snel er extra bluswater moest komen, omdat de watervoorraad een probleem zou kunnen opleveren. Dat probleem deed zich uiteindelijk niet voor.
Lees meer in het Brabants Dagblad van maandag
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.
