De recherche staat bij een onderzoek maar één doel voor ogen: de dader van
een misdaad vinden en veroordeeld krijgen.Vooral dat laatste is vaak geen
sinecure. De bewijslast moet waterdicht zijn.
Geen wonder dat het Openbaar Ministerie het recherche-onderzoek op de voet
wil volgen. Speciaal daarvoor stelt het OM voor een bepaalde zaak een
'zaaksofficier' aan die feitelijk deel uitmaakt van het Team Grootschalige
Opsporing (TGO), de opvolger van het Recherche Bijstandsteam.
De
zaaksofficier valt onder de recherche-officier, zeg maar gerust de opperbaas
van het TGO. In het arrondissement Breda is dat Huibert Donker (54).
De eerste uren na een misdaad bepaalt hij, in overleg met het hoofd van de
recherche, of er een TGO moet worden samengesteld en hoeveel mensen voor dit
team nodig zijn. Meestal gaat het om 25 rechercheurs, maar dat aantal kan
later weer bijgesteld worden. Gedurende het onderzoek houdt Donker in de
gaten of alles volgens de wet verloopt.
De zaaksofficier bepaalt
in eerste instantie welke informatie er naar de media kan worden
toegespeeld. Donker houdt daarbij de vinger aan de pols. Dat lijkt van
ondergeschikt belang, maar dat is het niet.
Donker: "Het komt
geregeld voor dat getuigen uitspraken doen in de pers. Dat doorkruist onze
belangen, want deze uitspraken kunnen de getuigenissen van anderen
beïnvloeden. Daarnaast kan bepaalde informatie die via de media naar buiten
komt het onderzoek ernstig schaden. In zulke gevallen is een goed contact
met de media cruciaal. Vooral in het begin, want dan zitten de media er
bovenop."
De zaaksofficier is vooral belast met het continue
terugkoppelen van het proces-verbaal met de rechercheurs. Klopt de zaak
juridisch gezien wel? Worden opsporingsmiddelen en dwangmiddelen rechtmatig
ingezet? Staat het OM sterk als het tot een rechtszaak komt? Volgens Donker
zijn de tijden definitief voorbij dat de officier van justitie pas na afloop
van het recherchewerk het proces-verbaal onder ogen krijgt. Het OM hoeft
nooit meer verrast te worden door een 'rammelend' proces-verbaal.
Een belangrijke taak van de zaaksofficier is het schrappen van scenario's. "
We moeten keuzes maken om het onderzoek te kunnen behappen. Daarom is het
belangrijk dat we de soms lange lijst met mogelijke scenario's van een
misdaad in het begin van het onderzoek al terugbrengen tot een minimaal
aantal scenario's. Deze overgebleven scenario's worden dan verder onderzocht"
, zegt Donker.
Tegelijkertijd is het OM gedurende het onderzoek,
veel meer dan vroeger, alert op het gevaar van tunnelvisie: het te veel
gefocust zijn op één bepaalde verdachte en/of bepaald scenario waardoor
andere reële mogelijkheden ten onrechte buiten beschouwing blijven.
Donker: "In het onderzoeksteam zit iemand van de politie die de vinger
constant aan de pols houdt. Mocht dat niet voldoende zijn, dan kan ik
beslissen over het formeren van een 'tegenspraakteam'. Je hebt het dan over
een schaduwteam dat geheel onafhankelijk een onderzoek op de voet volgt. Dit
team léést mee en 'spreekt tegen'. Dat wil zeggen: het team wijst op
eventuele strategische of tactische mogelijkheden, die nog resultaat op
kunnen leveren. Deze mogelijkheid heeft het OM pas sinds de Schiedammer
parkmoord."
© Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.