Meld je aan voor de BD nieuwsbrief
  • TMHC Tilburg heeft een luxe 'hulpje'

    TILBURG - Hij vraagt of het clubhuis 'locked' is in plaats van 'op slot'. Ja, en dus volgt hij naar Auberge du Bonheur, de bijna-buren van hockeyclub Tilburg.

     

    Daarbinnen gaat Adam Commens verder in zijn moerstaal, terwijl hij zich toch al ruim vier jaar Antwerpenaar mag noemen. Hij verstaat het taaltje, kan het lezen, maar heeft zijn pogingen om het ook te praten gestaakt. Een vriend van hem, ook een Aussie, spreekt zelfs vloeiend Nederlands, maar anderen blíjven hem maar in het Engels aanspreken. Vandaar. En bovendien: voor zijn werk zou hij eigenlijk nog een taal moeten beheersen, Frans. "En dat moet ik nog helemaal leren."

    Het is nogal een luxe assistent die Tilburg-coach Siegfried Aikman elke dinsdagtraining aan zijn zij heeft. De bondscoach van België! Die had nog een leeg avondje in zijn agenda en zag het wel zitten om dan naar de Bredaseweg te karren. Maar hoe kwamen ze daar in hemelsnaam bij Commens terecht? "Via de hockeynetwerken, denk ik." Het kan ook best te maken hebben met zijn periode als trainer van Royal Antwerp Hockey Club, dat in de seizoensvoorbereiding nog wel eens met hoofdklasser Tilburg wilde sparren. "Wij hebben nooit van ze verloren, altijd gewonnen. Strange hè?" Niet zo verwonderlijk dat die coach Commens in de hoofden van de Tilburgse bestuurders bleef plakken.

    En hijzelf ziet er ook wel de voordelen van in. De ervaren rot over wiens schouder hij in Tilburg als broekie kan meekijken bijvoorbeeld. "Siegfried is een bijzonder aardige man, maar ook iemand die heel hard kan zijn als de situatie daarom vraagt. Hij communiceert vooral erg goed met z'n spelers – in die zin lijken we wel op elkaar. Je kunt echt merken dat hij al vijfendertig jaar ervaring als coach heeft, hij heeft een enorme volwassenheid."

    Hij weet al een poos dat zijn toekomst in het coachen ligt en dus spiekte de middenvelder erop los toen hij zelf nog hockeyer was. Commens kwam tot 143 caps voor Australië en draaide drie olympische campagnes mee. "Ik had het geluk dat dat met drie verschillende bondscoaches was, Frank Murray, Terry Walsh en Barry Dancer. Drie heel verschillende coaches, maar wel drie heel goede coaches."

    Die eerste liet hem thuis voor Atlanta (1996), Walsh posteerde hem in Sydney (2000) op het middenveld – en dus heeft Commens olympisch brons op zak – en een gebroken linkerhand versjteerde zijn Spelen van Athene (2004). Of hij het ongehavend wél tot de selectie had geschopt? "Fifty-fifty, denk ik. Er kwamen jonge jongens aan, Jamie Dwyer, Troy Elder. Het was elk jaar weer een gevecht om mijn positie op het middenveld te behouden, fighting, fighting, fighting."

    En daar had hij het zo onderhand wel mee gehad rond die Spelenloze zomer van 2004, waarna Commens naar de Belgische hockeycompetitie verkaste, aanvankelijk als speler-coach, inmiddels alleen nog dat laatste. "Mijn ultieme doel is om bondscoach van Australië te worden."

    En dan kon hij maar beter in België beginnen, had Commens bedacht. Omdat hij daar wellicht rap een bondsbaantje zou bemachtigen, en zo geschiedde. Hij werd coach van de Belgische hockeysters onder 18 jaar, met wie hij in 2007 vijfde werd bij het junioren-EK. "Hun beste prestatie ooit." Maar niet zíjn, want later – zes weken (!) na zijn aantreden – zou hij de mannen van België naar Peking loodsen. En dus pikte Commens op z'n 32ste al een Spelen als bondscoach mee – geen collega op het olympisch hockeytoernooi was jonger dan hij.

    De Red Lions werden negende en mikken voor Londen 2012 op de top zes. Potentie zat, bezweert de bondscoach. "In Peking had ik zes jongens van onder de 21 jaar in mijn selectie, Nederland niet één!"

    Slechts eentje uit zijn groep hockeyt er in de de Nederlandse hoofdklasse, Thomas Briels, bij Oranje Zwart, dat zondag (thuis aan de Bredaseweg, 14.45 uur) de tegenstander van Tilburg is. De rest draait in de eigen competitie mee, dan heeft Commens ze tenminste in zijn buurt voor de trainingen met de nationale ploeg. En bovendien zijn het daar in België heus geen hockeynerds of zo.

    Hij haalt spits Matthijs Brouwer als voorbeeld aan, de Bosschenaar die na Peking bij Antwerp ging ballen en daar nog altijd droog staat. "Het is echt niet zo dat een Nederlandse international er hier wel even 25 in een seizoen scoort. Bloemendaal, Amsterdam en dit jaar ook Oranje Zwart zullen van de Belgische topclubs winnen, maar de rest van de hoofdklassers echt niet hoor."

    - www.brabantsdagblad.nl /

    hockeytilburg

    © Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

    vrijdag 08 oktober 2010 | 11:39 uur
    Laatst bijgewerkt op: vrijdag 08 oktober 2010 | 11:39 uur


Meer



Reageer

Vul hier uw naam in. Vul hier uw e-mail adres in. Deze zal niet openbaar getoond worden.
Beschikbare tekens: 2000