Meld je aan voor de BD nieuwsbrief
  • Tilburg: welke kant op?

    Tilburg gaat 4 juni naar de stembus om een keuze te maken voor of tegen de komst van een grote shopping mall in Tilburg-Noord.

     

    De vraag lijkt simpel, dat geldt niet voor de afwegingen. De uitkomst zal, zo valt te vrezen, vooral iets zeggen over het beeld dat inwoners van Tilburg hebben bij zoiets als een mall en veel minder over het soort stad dat Tilburg wil zijn.


    In het voorjaar van 2008 heeft Telos, het Brabantse kenniscentrum voor duurzame ontwikkeling, op verzoek van de gemeente Tilburg onderzoek gedaan naar de argumenten die toen een rol speelden in het debat rondom de komst van de mall. De uitkomst is helder. Centraal stond de vraag of de mall daadwerkelijk iets bijzonders zal worden. Heeft de mall straks toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande aanbod, of wordt het meer van hetzelfde? Daarbij speelt uiteraard de omvang in vierkante meters een rol, maar nog meer de branchering (soort winkels), segmentering (top, hoog midden en laag) en de invulling van de leisure component: hoe maak je van een dagje winkelen een dagje uit? Voor- en tegenstanders lijken het er over eens te zijn dat als de mall niet iets bijzonders wordt, hij er zonder meer niet moet komen.

    Twee scenario's, een positief en een negatief, ontrollen zich vervolgens. Zij die erin geloven voeren voornamelijk positieve argumenten aan, wijzen op de economische en sociale kansen (meer werk, een sterkere profilering van Tilburg als moderne stad, een betere detailhandel, etc.). Zij die er niet in geloven wijzen vooral op de bedreigingen (aantasting bestaande lokale en regionale detailhandelstructuur, verloedering centrum, etc.). Daarnaast speelt ook de waardering die partijen hebben voor de bestaande natuur- en landschapselementen op en rondom het MOB-complex (waar de mall zou moeten komen) een rol. Een lage waardering van de bestaande natuur ter plekke leidt er toe dat de aantasting van de natuur als minder ernstig wordt gezien en de mogelijkheid van compensatie als afdoende en waardevol. Een hoge waardering leidt tot een omgekeerde redenering.

    Het bovenstaande roept een aantal vragen op. De eerste betreft de vraag of de investeerders ook daadwerkelijk in staat zullen zijn die bijzondere mix van schaal, branchering, segmentering en leisure waar te maken. Zullen ze in staat zijn die bijzondere winkels ook daadwerkelijk naar Tilburg te halen? Het betreft een vraag die tegen de achtergrond van de financieel-economische crisis, des te actueler is geworden. Lukt het vervolgens de gemeente Tilburg om te borgen dat die bijzondere inhoud ook daadwerkelijk tot stand komt?


    De komst van de mall zal, daar is vriend en vijand het over eens, een forse toename van de verkeersdrukte ter plekke met zich mee brengen. Over de mate waarin verschillen de meningen. Datzelfde geldt voor de vraag of de bestaande weginfrastructuur, in combinatie met de te realiseren uitbreidingen en geplande aanpassingen, deze toename van de verkeersdruk aan kan. Oplossingen worden gezocht in een tijdige aanpassing en uitbreiding van de bestaande infrastructuur, maar ook in de ontwikkeling van nieuwe OV-concepten. Over dit soort zaken wordt in (Midden-) Brabant al heel lang gesproken, maar tot nu toe zonder concrete gevolgen. Gaat de mall daadwerkelijk de aanzet leveren om die nieuwe OV-concepten te ontwikkelen? De toename van het verkeer ter plekke zal hoe dan ook leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voldoet vervolgens de eventuele compensatie in de vorm van natuurontwikkeling?

    Maar er is meer. Het is noodzakelijk om het debat over de mogelijke komst van de mall vanuit een breder, integraal perspectief te voeren. Het gaat daarbij onder meer over de gewenste spreiding van uitgaans- en consumptiefuncties en hoe die vervolgens kunnen functioneren als dragers van een veerkrachtig stedelijk verband. Daarmee raakt het vraagstuk ook aan de mate waarin er vertrouwen is in de mogelijkheid om de Tilburgse binnenstad een onderscheidende toekomst te geven, of misschien meer nog aan de mate waarin partijen bereid zijn om daar een actieve bijdrage aan te leveren.


    Uiteindelijk betreft de kwestie zo niet alleen het geïsoleerde fenomeen van een mall, maar bovenal het regionale samenstel van sport, cultuur, recreatie en winkelfuncties dat langzamerhand in stad en land tot ontwikkeling komt. Welk ambitieniveau streven we in dat verband na? Hoe kan Tilburg met Brabantstad uitgroeien tot een aantrekkelijk en compleet metropolitaan verband? Welk toonaangevende samenstel van stedelijke en landschappelijke plekken hoort daar anno 21e eeuw bij? En wie wil daar zijn bijdrage aan leveren? En hoe dan?


    Wat de uitkomst van het referendum straks ook moge zijn, het zou jammer zijn als daarmee het laatste woord is gesproken en iedereen vervolgens overgaat tot de orde van de dag. Ziedaar onze heimelijke wens: dat de uitkomst van het referendum, welke dat ook moge zijn, straks gaat functioneren als een katalysator voor een breed debat in stad en ommeland over het eigenzinnige en hopelijk ook creatieve soort stedelijkheid dat Tilburg in de context van Brabantstad wil zijn.


    John Dagevos is onderzoeker bij Telos, het Brabantse centrum voor duurzame ontwikkeling. Hans Mommaas is hoogleraar vrijetijdswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg


    © Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

    donderdag 07 oktober 2010 | 17:36 uur
    Laatst bijgewerkt op: donderdag 07 oktober 2010 | 17:36 uur


Meer



Reageer

Vul hier uw naam in. Vul hier uw e-mail adres in. Deze zal niet openbaar getoond worden.
Beschikbare tekens: 2000