Meld je aan voor de BD nieuwsbrief
  • Klik op de foto om te vergroten  

    Het station in de jaren '50. Foto Nedtrain

  • Mijn jongste broer heeft heel wat keren met de tijd gespeeld

    Wat niet veel mensen wisten: boven het oude station woonde tussen 1955 en 1958 een groot gezin. In die jaren was mijn vader, A.B.G. Drinkenburg, stationschef van Tilburg. Niet de man met de rode pet en ‘pannenkoek’ in de hand. Mijn vader had een zwarte pet op met gouden biezen (in het bezit van mijn oudste zus) en een zwart uniform. Hij had de zorg voor het hele stationsgebeuren, dus treinenloop, plaatskaartenloketten, personeel etc.

     

    Wij woonden in die tijd boven het plaatskaartenbureau, vader, moeder en acht kinderen. In de stationshal links van de loketten was de ingang van de woning. Via een 27 treden hoge trap kwam men op een overloop die na 10 meter een haakse bocht maakte en dan nog 7 meter doorliep,  helemaal 3 meter breed.

    Aan de perronkant was de keuken en de ‘badkamer’ gelegen en een slaapkamer. Wij sliepen met vijf meisjes in die kamer. Dat gaf dikwijls veel onrust, omdat de treinen, vooral de goederentreinen, nog getrokken werden door stoomlocomotieven die meestal ’s nachts met veel rook en vuur onder onze ramen voorbij raasden. Wij sprongen gillend van angst uit bed. Maar alles went, zelfs dat.

    Op dezelfde verdieping was nog een slaapkamer, tussen de woonkamer en de overloop. Deze grensde aan een dakterras waar je nooit kon zitten vanwege wind en roet. Mijn ouders sliepen daar. Het euvel was dat mijn vader daar de hele treinenloop in de gaten hield en zodoende ook ’s nachts vaak het licht aan deed en merkte dat een trein te laat was. Die onrust bezorgde hem in 1958 een hartaanval en hij werd dus afgekeurd. Over de hele bovenverdieping was een grote zolder met nog twee slaapkamers voor de jongens en mogelijke logees. In het midden van de voorgevel op de zolder was de stationsklok die één meter in doorsnee was. Mijn jongste broer heeft heel wat keren met de tijd gespeeld. ’s Morgens gingen hele drommen mensen met de trein naar werk of school. Hij zette dan af en toe de klok vijf minuten vooruit en keek dan wat er gebeurde in de Stationsstraat. Als er één persoon op de klok keek en merkte dat hij toch wel erg laat was, werkte zijn versnelling al vlug op anderen, tot groot plezier van de belhamel. Dat wist mijn vader uiteraard niet.

    Enkele feesten, zoals het huwelijk van mijn oudste zus en het 40-jarig jubileum van mijn vader, zorgden in de stationshal voor veel bekijks. Onder de toegangshal van de woning was een trap naar drie kelderruimtes achter elkaar. De eerste was een kolenruimte, niet meer in gebruik vanwege de enige luxe, centrale verwarming.

    De tweede kelder bestond uit ruimtes voor spekkuipen, voorraad etc.

    De derde kelder had een grote ronde waterput. Wij vonden dat heel griezelig en fantaseerden dat daar Duitsers in gegooid waren in de Tweede Wereldoorlog.

    Toen de plannen klaar waren voor het ‘Hoogspoor’, werden mijn ouders verzocht te verhuizen. Wel is mijn vader nog betrokken geweest bij de ontvangst van de burgemeester (Van Voorst tot Voorst).

    Veel foto’s hebben we niet van die tijd, dat was veel te duur toen.

    Wel weet ik nog dat mijn vader ook eens per jaar de spoorlijn naar Turnhout moest gaan inspecteren. Dat gebeurde, wonderlijk genoeg, met een taxi.

    Ingezonden door: B.P.J. Ahsmann-Drinkenburg


    © Brabants Dagblad 2012, op dit artikel rust copyright.

    dinsdag 14 juni 2011 | 10:16 uur
    Laatst bijgewerkt op: dinsdag 14 juni 2011 | 10:16 uur


Meer



Reageer

Vul hier uw naam in. Vul hier uw e-mail adres in. Deze zal niet openbaar getoond worden.
Beschikbare tekens: 2000





Meer